Voetposities

31 januari 2018

Het klassiek ballet kent 5 voetposities, deze worden meestal in het begin van de les aan de barre uitgevoerd. Meestal wordt de derde positie alleen gebruikt bij de wat jongere ballerina’s en wordt het bij de ouderen overgeslagen en doet men direct de 5de positie.

  • 1e positie – je zet je hielen tegen elkaar terwijl de benen (en dus ook de voeten) zijn uitgedraaid.
  • 2e positie – je doet de 1e positie en schuift naar buiten (zodat er ongeveer 1 voet tussen zou kunnen) en zodat je voeten 1 lijn staan.
  • 3e positie – je schuift je ene hiel in de wreef van de andere voet, hierbij zijn beide benen benen even ver uitgedraaid.
  • 4e positie – je doet de 5e positie en schuift 20 cm naar voren
  • 5e positie – voorste voet sluit je aan de achterste.

Pliés

Vanuit de 5 posities worden Tendu’s gedaan en ook Pliés (zie aan de barre). Je hebt twee soorten Pliés, de Demi Plié en de Grand Plié (de kleine en grote plié). Bij de Demi Plié buig je maar een klein stukje door je knieën en bij een Grand Plié ga je door tot de grond en raak je met de topjes van je van je vingers de grond even aan. Bij een Plié in de 2e positie mag je niet met je hielen van de grond komen en bij de 4e positie moet dit juist.