Delen van de golfbaan

21 februari 2018

De golfbaan bestaat uit verschillende onderdelen, die een verschil in moeilijkheidsgraad kennen. De basisdelen zijn de tee box, de fairway en de green. De tee box of afslagplaats is het gedeelte waar u de eerste slag slaat. Uw doel daar is om de golfbal zo dicht mogelijk bij de green of op de fairway te slaan. U slaat vanaf de fairway de bal richting de green. Tot slot putt u de bal in de hole. Rond de basis delen van de golfbaan zijn plekken gemaakt die het spel uitdagender en moeilijker maken. Dat zijn de hindernissen, de rough, bomen en de fringe.

De tee box (afslagplaats)

De tee box, kort de tee, is een rechthoekig of vierkant vlak gedeelte waar vandaan de eerste slag wordt geslagen. De eerste slag heet een tee shot of drive. Afslaan doet u door de bal op een opzetstokje te plaatsen en dan met een driver of andere lange wood golfclub de bal de fairway op te slaan. Het is de bedoeling dat u de bal zo dicht mogelijk bij de green krijgt.

De fairway

De fairway bestaat uit een vlakte van gemaaid gras dat loopt van de tee tot aan de green. Vaak wordt de vlakte onderbroken door allerlei hindernissen. Slaan vanuit de hindernissen of de rough is altijd moeilijker dan slaan vanaf de fairway, daarom is de fairway altijd uw doel. Voor langere slagen worden de fairway woods gebruikt, ofwel de Two, Three, Four en Five-woods.

De green

De green is het gedeelte van de golfbaan om de hole heen. Tijdens het spelen van golf is er zelden een volledig vlakke green. Daarom zal elke putt die u moet maken, liggen op een green die bergafwaarts of bergopwaarts gaat of die naar de zijkanten helt. Het gedeelte waar u de putt kunt maken is goed onderhouden en gemaaid gras. Voor de green wordt Bermuda of Bentgrass gebruikt. Bentgrass is korter gemaaid dan Bermuda. De bal rolt op de eerste grassoort dan ook sneller. Greens verschillen niet alleen in grassoort, maar ook in helling en hardheid van de grond. Het lezen van de green is daarom elke keer anders. Op harde greens rollen golfballen sneller en beter dan op natte greens.

De hole

De hole is het uiteindelijke doel met golf, en omgeven door de green. De diameter is 10,8 centimeter en het gat is minstens 10 centimeter diep. De hole wordt gemarkeerd met een vlaggenstok met een vlag in één van de drie gebruikelijke kleuren. Een rode vlag wil zeggen dat de hole in het voorste deel van de green ligt, bij een witte vlak ligt de hole in het midden en een blauwe vlag wil zeggen dat de hole meer achteraan de green ligt. U mag de vlaggenstok tijdens het spel verwijderen voordat u slaat. Dat mag niet meer als de golfbal al in beweging is.

De rough

De rough is al het natuurlijke terrein op een golfbal, behalve de tee, de fairway, de hindernissen en de green. De rough is ruiger dan de rest van het terrein, omdat het gras hier langer wordt gehouden en niet echt verzorgd wordt. Dat is op de fairway of de green wel anders. De rough is een gedeelte van de golfbaan die u, net als de hindernissen, wilt vermijden. Het is veel moeilijker om vanaf de rough te slaan dan vanaf de fairway.

De hindernissen (hazards)

Om golf uitdagend te maken en niet alleen op een vlakke grasmat te spelen, zijn er obstakels of hindernissen op en rond de golfbaan. Hindernissen omvatten een waterhindernis of bunker. Mogelijke waterhindernissen zijn vijvers, meertjes, kreken en rivieren. De hindernissen zijn gemarkeerd. Als de waterhindernis tussen u en de green ligt, staan er gele staken. Het is een laterale hindernis als hij niet tussen de tee en de green ligt en dan ook zo dat u de bal er niet achter kunt droppen, volgens de golfregels. Rode stokken markeren de laterale waterhindernissen.

Andere hindernissen zijn bunkers of zandkuilen. Bunkers zijn kuilen waarbij aarde of gras verwijderd is en vervangen door ander materiaal, zoals zand. Vaak liggen de hindernissen daar waar de golfbal terecht kan komen. Ze brengen u in moeilijke situaties, zoals een Fried-egg Lie of Buried Lie. Ligt de bal in een bunker, dan gebruikt u speciale bunker slagen en aparte golfclubs, zoals de pitching wedge of sand wedge.

De fringe (het randgebied)

De fringe omgeeft de green en eromheen liggen bomen en struiken. Vaak groeit hier het gras wat hoger. De gemiddelde maaihoogte is 10 tot 12 millimeter.

Bomen

Langs de golfbaan staan bomen om het golfspel wat moeilijker te maken. De golfbal kan vast komen te zitten tussen de wortels of tussen de takken blijven steken. Om in zulke situaties uw golfbal uit de obstakels te krijgen moet u beschikken over vaardigheid en probleemoplossend vermogen.