Golfterminologie

26 januari 2018

Een overzicht van alle belangrijke en minder belangrijke golf-termen op alfabetische volgorde met uitleg.

A | B | C | D | E | F | G | H | I | J | K | L | M | N | O | P | Q | R | S | T | U | V | W | X | Y | Z

Abnormale terreinomstandigheden
Elk tijdelijk water, stuk grond in bewerking of gat, hoop of spoor op de baan gemaakt door een gravend dier, een reptiel of een vogel.

Advies
Elke raad of suggestie die de manier van spelen of tactiek van een bepaalde speler of keuze van een bepaalde club kan beïnvloeden.

Adresseren van bal
Klaar gaan staan om de bal te slaan.

Afslagplaats
Plaats waarvan wordt afgeslagen, de eerste bal gespeeld. Het heet ook wel de tee

Air-shot
Als men met de bedoeling de bal te slaan, de bal volledig mist en eroverheen slaat. Een air-shot telt als een slag.

Albatros
“3 slagen onder par”. Ook wel een Dubbele Eagle genoemd.

Amateur
Elke golfer die voor zijn plezier golft en niet als professionele baan doet.

Approach shot
Een (korte ) shot naar de green.

Baan
Het hele terrein waarop gespeeld mag worden.

Baanrecord
Beste prestatie ooit geleverd op de baan, dus de laagste notering van een score.

Bal beschouwd als bewogen
Als een bal van zijn oorspronkelijke ligplaats op een andere plaats komt te liggen.

Bal in het spel
Vanaf het moment dat de bal is afgeslagen is de bal “in het spel”. Deze blijft in het spel totdat de bal is uitgehold of “verloren” of “out of bounce” is.

Back Nine
De holes 10 t/m 18 op een 18 holes baan.

Back-spin
Bepaald effect dat bij een slag aan de bal is meegegeven waardoor de bal bij het landen op de green de neiging heeft om snel te stoppen dan wel terug in de richting van de speler te rollen.

Bestbal
Partij waarbij alleen de beste bal van twee of drie spelers telt.

Birdie
Een hole die in één slag onder par wordt gespeeld

Blade
Het deel van een ijzeren club waar de bal mee wordt geraakt.

Bogey
Een hole die in één slag boven par wordt gespeeld.

Bunker
Een met zand (of ander materiaal gevulde) hindernis, meestal een kuil geplaatst op de fairway of dicht bij de green.

Caddie
Persoon die verantwoordelijk is voor het dragen van het materiaal van de speler. De caddie mag advies geven aan de speler.

Caddie master
Oorspronkelijke baas van de caddies. Nu is het ook vaak de naam van de persoon die spelers ontvangt en waar de spelers de starttijd kunnen bespreken

Chip
Korte, lage slagtechniek waarbij de rol van de bal veel langer is dan de vlucht van de bal. Deze techniek wordt gebruikt dichtbij de green of om bij moeilijke situaties de bal terug op de fairway te krijgen.

Chipping green
Oefengreen speciaal gemaakt om de chip te oefenen

Clubs
Het gereedschap waar de bal mee gespeeld wordt. Ieder mag maximaal 14 clubs meenemen tijdens een wedstrijd.

Commissie
Verantwoordelijken voor de leiding van de wedstrijd of bestuur van de baan.

Competitor
Speler in een strokeplay wedstrijd. Deze speelt met een mde-competitor.

Condor
Een score van 4 onder par. Bijvoorbeeld een hole-in-one op een par 5.

Course rating
Een beoordeling van de moeilijkheidsgraad van een baan voor een scratch-speler. Dit is gerekend onder normale omstandigheden. Het is uitgedrukt in het aantal benodigde slagen, in één decimaal nauwkeurig. Het is een nauwkeurigere berekening dan “par”.

Cut
Een bepaalde score die het aantal spelers in een toernooi terugbrengt tot een vooraf bepaald aantal. De ‘cut’ volgt meestal na de tweede dag van een toernooi. Er wordt de volgende dag verder gespeeld met de spelers die niet meer slagen dan deze score nodig hebben gehad tijdens de eerste twee dagen.

Dimple
Kleine putjes in het oppervlak van de golfbal

Divot
Grasplag die de speler uit de grond slaat. Het is verplicht om deze terug te leggen. Dit gebeurd vaak per ongeluk. Als het expres wordt gedaan, is dit om back-spin te creëren (vooral met slagen naar de green).

Dogleg
Een linkse- of rechtse bocht in de fairway.

Door de baan
Het volledige terrein van een hole tussen de afslagplaats en de green met uitzondering van alle hindernissen op de baan. De afslagplaats en de green maken hier geen deel van uit.

Dormie
Stand tijdens een matchplay-wedstrijd waarin de achterstaande speler verder alle volgende holes moet winnen om gelijk te eindigen.

Doublebogey
Een score van 2 boven par op een hole.

Draw
Als een bal bewust met effect van rechts naar links wordt gespeeld (uitgaande van een rechtshandige speler) om bijvoorbeeld om een boom te spelen.

Driebal
Een matchplay-wedstrijd waarin een groep van drie spelers tegen elkaar spelen, elk met een eigen bal. Iedere speler speelt dan twee afzonderlijke partijen tegen de beide tegenstanders.

Drive
De eerste slag op een hole geslagen met een driver.

Driver
De grootste club in de golftas die wordt gebruikt om de langste slag mee te slaan, meestal voor de afslag.

Driving Iron
IJzeren club nr. 1

Driving range
Een oefen terrein voor de spelers.

Droppen
Het opnieuw in het spel brengen van de bal door die vanaf schouderhoogte te laten vallen. Dit mag, afhankelijk van de omstandigheden, volgens de regels. Soms kost het een strafslag.

Dubbel Bogey
Een score van 2 slagen boven par.

Dubbel Eagle
Een score van 3 slagen onder par.

Eagle
Een score van 2 slagen onder par.

Eclectic
Manier van spellen/golf

Eer
Het recht om als eerste af te slaan, nadat men de vorige hole heeft gewonnen. Deze speler heeft dan de “eer”.

Etiquette
Regels die betrekking hebben op het gedrag op de baan. Overtreding van deze regels levert geen strafslagen op maar men kan wel gediskwalificeerd worden.

Europese PGA Tour
Een serie van Europese toernooien voor professionals.

Fairway
Redelijk kort gemaaid gras dat dient als “weg” van de afslagplaats naar de green.

Fade
Als de bal met een bewust effect van links naar rechts wordt gespeeld.

Flex
De mate van flexibiliteit of de graad van stijfheid van de shaft van de club.

Flight
Een groepje van 2 tot 4 spelers dat samen door de baan gaat.

Flop shot
Schot waarbij de bal zo hoog mogelijk over een obstakel wordt gespeeld. Professionals creëren hierbij vaak backspin.

Fore
Verplichte waarschuwing die geroepen wordt wanneer een speler ziet dat zijn geslagen bal mogelijk gevaar kan opleveren voor andere personen op de baan.

Forecaddie
Een persoon die de spelers tijdens het spel wijst waar hun ballen liggen. Vaak loopt deze vooruit om te kijken waar de bal terecht komt. Dat kan nodig zijn bij mist of binde tee-shots. Een forecaddie wordt aangesteld door de Commissie.

Foursome
Een wedstrijd waarbij twee spelers tegen twee andere spelers spelen. Hierbij speelt iedere kant met één bal speelt. De spelers moeten om beurten afslaan van de afslagplaatsen en om beurten slaan bij het spelen van de hole .

Front nine
Hole 1 t/m 9 op een baan van 18 holes

Gabwedge
Club met een grote lof (tussen Sand Wedge en lobwedge) waarmee de bal over korte afstand hoog door de lucht kan worden gespeeld.

Gimme
Een bal die zo dicht bij de hole ligt dat deze niet meer uitgeholed hoeft te worden. Dit komt voor bij een matchplay-wedstrijd. De tegenstander bepaalt of de bal een gimme is.

Green
Kort gemaaid stuk gras aan het eind van iedere green.

Green in regulation
GIR, wanneer de speler de bal in één slag op de green slaat op een par 3, in twee slagen op een par 4 en in 3 slagen op een par 5.

Greenfee
Bedrag dat niet-leden moeten betalen aan de beheerders van de golfbaan, om een aantal holes te mogen spelen.

Greenkeepers
De medewerker van de golfclub die verantwoordelijk is voor het onderhoud van de baan.

Grond in bewerking
Een gemarkeerd stuk grond dat in reparatie is. Het wordt ook wel GUR genoemd en gemarkeerd door blauwe paaltjes of een gespoten lijn en tekst.

Halved
Term de in matchplay gebruikt wordt als er op een hole door de spelers dezelfde netto score is behaald.

Handicart
Ook wel golf buggy genoemd. Het is een klein autootje voor op de golfbaan. Het is ontworpen voor twee spelers en twee golftassen.

Handicap
Een maatstaf die de speelsterkte va de golfer aangeeft. Het is een toekenning van slagen voor één of meer holes, die twee golfspelers van heel verschillende aanleg, in staat stelt om even slecht te scoren op dezelfde baan.

Hindernis
Bunker of waterpartij op de baan.

Hole
Het gat dat aangebracht is in de green en waarin de bal uiteindelijk geput dient te worden. De hole moet een vastgestelde doorsnede hebben van 4,25 inches ( ca. 108mm. ) en een minimale diepte van 4 inches ( ca. 100mm ).

Hole-in-one
De bal wordt vanaf de afslag in één keer in de hole geslagen.

Hole uitgespeeld
Zodra de speler de bal in de hole heeft geslagen.

Hook
Voor rechtshandige spelers: als de vlucht van de bal krom afwijkt naar links (meestal onbedoeld). voor linkshandige spelers: als de vlucht van de bal krom afwijkt naar rechts (meestal onbedoeld).

Hosel
Het holle gedeelte van de kop van een golfclub waarin de shaft bevestigd wordt.

Houten
Een club die vee gebruikt wordt voor lange slagen. Vroeger was de kop van deze club gemaakt van hout.

In
Holes 10 t/m 18 op een 18 holes baan

IJzer
Club waarvan het clubblad van metaal is. Ze zijn verkrijgbaar in nummers 1 t/m 9. 1 gaat laag en ver en 9 gaat hoog en kort.

Invitational
Een toernooi waar spelers alleen op uitnodiging aan mee mogen doen.

Kanten
Spelers die als team/partners spelen.

Laterale waterhindernis
Een waterhinedrnis parallel aan de speelrichting van de hole. Het wordt gemarkeerd met rode paaltjes of een rode verflijn op de grond. Wanneer een bal verloren gaat in een laterale waterhindernis is het niet mogelijk deze achter de waterhindernis te droppen.

Lie
De ligging van de bal op de baan. Deze kan goed of slecht zijn. Ook wel gebruikt voor de hoek van de kop van de club met de shaft, wanneer hij plat op de grond staat, gezien vanaf de voorzijde van de club

Link
Een golfbaan aan zee, waarbij wind een dominante factor is.

Lobwedge
Club met de hoogste loft, om de bal kort en hoog te spelen

Loeffentje
Een afzwaaiende slag die in de bomen of out of bounce dreigt te geraken, maar die via de stam van een boom of een GUR-, water- of out of bouncepaaltje, alsnog terugkaatst op de fairway. Het is vernoemd naar de speler Loeffen die dit regelmatig overkwam.

Loft
De mate waarin een bal hoogte bereikt. Ook wel gebruikt voor het aantal graden dat het clubblad gedraaid is van het midden van de shaft, met een verticale lijn, gezien vanaf de zijkant van de club. Des te grotere hoek, des te meer hoogte de bal zal krijgen.

L.P.G.A.
Ladies’ Professional Golf Association.

Marker
Een klein object, meestal een muntje, dat gebruikt wordt om de plaats van de bal aan te geven op de green voordat de bal opgepakt wordt. Ook wel gebruikt voor een persoon die de score noteert van een tegenstander. Deze wordt aangesteld door de Commissie of is een medespeler of tegestander.

Matchplay
Een partij waarbij iedere hole een aparte wedstrijd is. Aan het eind van de partij is de winnaar degene met de meest gewonnen holes en dus niet zoals tegenwoordig de speler met het minst aantal slagen. Vroeger werden wedstrijden op deze manier gespeeld.

Metal woods
Zelfde soort club als een houten alleen is de kop nu van metaal.

Mulligan
Een gemiste afslag van de eerst tee, die de speler over mag doen (niet officieel).

Nearest Point of Relief
Punt op de baan dat het dichtst bij de oorspronkelijke positie van de bal ligt, waar de speler zijn bal zonder straf mag droppen als hij gehinderd wordt door een ‘outside agency’.

Neary
Bij sommige wedstrijden wordt een prijs uitgedeeld voor diegene die de bal het dichtst bij de vlag heeft geslagen.

Out of bounce (O.B.)
Wanneer de bal buiten de baan geslagen wordt. Het is een stuk grond dat niet bij de baan hoort. De grenzen van dit gebied worden gemarkeerd met witte paaltjes. Indien een speler een bal Out of Bounds slaat dient hij een nieuwe bal te slaan van dezelfde plek en krijgt hij twee strafslagen

Obstakel
Alle ‘kunstmatige’ voorwerpen in de baan die het spel moeilijker moeten maken. Dit kunnen ook aangelegde paden of wegen zijn.

Oefenswing
Proefslag die spelers maken voordat ze hun stand innemen om te bal te aan slaan.

Offset hosel
Een golfclub waarbij de kop van de club achter de shaft staat, gezien vanaf de zijkant of bovenzijde van de club.

Opteeën
De bal op de afslagplaats op de tee leggen, zodat deze los is van de grond.

Out
Holes 1 t/m 9 op een 18 holes baan.

Outside Agency
Elk voorwerp of levend wezen dat geen deel uit maakt van de kant van de tegenstander tijdens wedstrijd in matchplay of in strokeplay. Hiermee wordt ook bedoeld een marker, een forecaddie, referee of waarnemer.

Par
Het aantal slagen dat een speler met handicap 0 nodig heeft om een hole uit te spelen. Dit, zonder fouten onder normale omstandigheden van het weer en de baan en waarbij twee slagen gebruikt mogen worden op de baan.

Parkbaan
Een golfbaan in grasland met relatief weinig rough.

Partijen
Teams die gezamenlijk een wedstrijd spelen tegen andere teams.

P.G.A.
Professional Golfers Association.

Pitch
Een korte hoge bal met backspin waarbij meestal een derde van de afstand, rollend wordt afgelegd.

Pitchfork
Een klein stuk gereedschap met twee tanden dat bedoeld is om een pitchmark mee te repareren.

Pitchmark
Putje dat een bal achterlaat op de green bij het neerkomen na een slag vanaf de baan.

Pro
Afkorting voor professional. Iemand die zijn geld verdient met wedstrijden golfen en/of lesgeven in de sport.

Provisionele bal
Bal die uit voorzorg geslagen wordt als het onbekend is of de originele bal kwijt is geslagen (uit de baan of in een waterhindernis). De bal wordt geslagen vanaf de plaats waar vandaan de mogelijk verloren bal gespeeld werd. Dit is om tijd te besparen als de bal inderdaad kwijt. Er mag pas verder gespeeld worden met de provisionele bal wanneer blijkt dat de eerst gespeelde bal effectief verloren is.

Punch shot
Een laag schot om onder obstakels door te vliegen. Vaak wordt dit schot gebruikt als de bal in het bos ligt en de bomen een normaal schot blokkeren.

Putt
De slag naar de hole, vanaf de green. Deze slag wordt met de putter gespeeld.

Qualifying
Wanneer het behaalde resultaat in een wedstrijd of tijdens een toernooi, de handicap van de speler zal verhogen of verlagen.

Referee
De scheidsrechter heeft als taak de spelers te begeleiden bij beslissingen op de baan die gebonden zijn aan de officiële regels van het golfspel.

Rough
Gedeelte van de baan dat grenst aan de afslagplaats, fairway, green en bunkers. Het staat bekent om het hoge gras.

Sand Wedge
Club met een grote loft en special bouw om de bal uit een bunker te slaan.

Scratch speler
Speler met handicap 0.

Shank
Het overgangsgebied tussen slagvlak en hosel. Als je de bal daar raakt, gaat de bal extreem naar rechts en blijft hij heel laag. Ook wel ‘socketing’ en ‘hoseling’ genoemd.

Single
Een wedstrijd waarbij één speler tegen één tegenstander speelt.

Slice
Een bal zo slaan met een zijdelingse spin dat de vlucht van de bal krom afwijkt. Deze wijkt af van links naar rechts voor rechtshandige spelers en van rechts naar links voor linkshandige spelers./p>

Slope rating
Een beoordeling van de relatieve moeilijkheid van een golfbaan voor een hogere handicap speler ten opzichte van een 0-handicap speler De laagste ‘Slope Rating’ is 55 en de hoogste 155. Een golfbaan met een gemiddelde moeilijkheidsgraad heeft een ‘Slope Rating’ van 113. Wanneer een ‘Slope Rating’ hoog is, bijvoorbeeld 130, dan betekent dit dat de baan voor een hogere handicap speler relatief moeilijker is dan voor een 0-handicap speler als wanneer de ‘Slope Rating’ bijvoorbeeld 110 zou zijn. Hoe hoger de ‘Slope Rating’, des te meer slagen zal een speler van zijn totale score mogen aftrekken.

Snap Hook
Een aanduiding voor een exreme hook.

Spotter
Persoon, aangewezen door de Commissie, die aangeeft waar een bal terecht is gekomen. Dit kan nodig zijn bij mist of bij blinde tee-shots. Bij wedstrijden worden spotters wel eens ingezet om de zoektijd te verkorten.

Stableford/Stablefordtelling
Spelvariant in strokeplay. De telling gebeurt door toekenning van punten in verhouding tot een voor elke hole vastgestelde score. Deze vastgestelde score is afhankelijk van de playing handicap van een bepaalde speler en de stroke index van een bepaalde hole. Meer dan één slag boven deze score geeft recht op nul punten, één slag boven deze score geeft recht op één punt en zo verder tot vier slagen onder deze score geeft recht op zes punten.

Starttijd
Tijdstip dat een speler moet beginnen aan zijn ronde.

Stroke Index
De moeilijkheidsgraad van een bepaalde hole. Laag is moeilijk en hoog is makkelijk.

Stroke Play
Een wedstrijd waarbij het totaal aantal slagen tijdens een ronde bepaalt wie de winnaar is. De speler met het minst aantal slagen wint de wedstrijd. Iedere slag telt voor de score, incl. airshots en strafslagen.

Sudden Death
Wanneer twee of meerdere spelers dezelfde winnende score hebben, wordt er doorgespeeld totdat er onderscheid komt tussen de score van spelers en er één winnaar uitkomt.

Sweetspota
Een punt van het blad van de golfclub. Het is de optimale plaats waar de bal de club moet raken. Clubs met een oversized blad hebben een grotere sweetspot en geven u dus meer kans de bal goed te raken.

Tap-in
De bal van dichtbij in de hole tikken.

Tee
Deel van de baan waar de bal wordt afgeslagen, de afslagplaats. Het is het startpunt van de hole. Ook wel gebruikt voor een klein houten of plastic voorwerp, een soort pinnetje, dat in de grond geduwd wordt en waar de bal op geplaatst wordt als hulpmiddel bij de afslag.

Tee-shot
Afslag vanaf een tee.

Tegen par spelen
Spelvorm waarbij iedere speler tegen zichzelf speelt in matchplay-vorm.

Thin shot
Slag waarbij de bal boven de middellijn van de club geraakt wordt. Dit resulteert meestal in een lage balvlucht.

Threesome
Een partij waarbij één enkele speler tegen twee andere spelers speelt, waarbij iedere kant met één bal speelt. De spelers moeten om beurten afslaan van de afslagplaatsen en om beurten slaan bij het spelen van de hole.

Tijdelijk water
Meestal het gevolg van overvloedige regenval. De bal die in tijdelijk water ligt opgenomen en gedropt worden op het dichtstbijzijnde punt waar hij geen last meer heeft van dat tijdelijke water, maar niet dichter bij de hole.

Triple-Bogey
Een score van drie slagen boven par.

Topped
Slag waarbij de speler de bal aan de bovenkant raakt.

Uitputten
De bal in de hole spelen (uitholen).

Verloren bal
Wanneer een bal kwijt wordt geslagen en dus niet terug gevonden kan worden binnn 5 minuten nadat de zoektocht is gestart. Een bal is ook verloren wanneer een speler volgens de regels een andere bal in het spel gebracht heeft.

Voorgreen
Gedeelte van de baan tussen de fairway en de green.

Wood
Een golfclub met een grote kop voor lange slagen. Deze is gemaakt van hout of metaal.

X-out
Ballen met een fabricagefout waardoor ze niet aan de bedoelde eisen voldoen.

Yips
Term die gebruikt wordt wanneer de speler, als gevolg van de angst om te missen, moeite heeft om de bal in de hole te putten. Dit verschijnsel wordt gekenmerkt door een trillend gevoel in de handen wanneer de bal geput moet worden.