Putter

27 juli 2010

De putter is compleet anders dan de houten en ijzers. Over het algemeen worden ze alleen voor zeer korte afstanden gebruikt. Op de golfbaan wordt de putter meestal maar op één plek gebruikt, namelijk de green. Toch zijn er situaties in de baan, elders dan de green, waar het voordelig kan zijn om de putter te gebruiken. Geen één club is volgens strikte regels verplicht om in de golftaste zitten. Toch komt de putter het dichtstbij. Het is een zeer gespecialiseerd stuk gereedschap voor een specifieke handeling en vrijwel geen golfer speelt zonder putter.

Putten is het meest precieze aspect in de golfsport. De putter moet zodanig ontworpen zijn dat hij de speler op ieder mogelijke manier technisch bevoordeeld in zijn spel. Dat wil zeggen soepele slag, goede glijding, topspin zonder bounce, perfecte lengte van de shaft en hoek van het clubhoofd.

Putters hebben meestal een loft van 5 graden en mogen niet meer zijn dan 10 graden. De putter is de enige club die een grip kan hebben die niet helemaal rond is. De putter is ook de enige club waarbij de shaft/steel gebogen mag zijn. Voor stabiliteit van de club wordt de shaft in de buurt van het clubhoofd gebogen. Zo is de ligging en de positie van het clubhoofd in rechte lijn met het rechte deel van de shaft en de “sweet spot” (beste plaats om de bal te raken). Dit verhoogd de nauwkeurigheid van de speler als hij door de bal heen slaat.

Het ontwerp van het clubhoofd van de putter heeft grondige veranderingen ondervonden in de laatste 20-30 jaar, net als vele soorten andere clubs. De putter was oorspronkelijk een stuk smeedijzer, zeer gelijk aan de ijzers van vandaag. Door pogingen om het zwaartepunt van het clubhoofd, groeide het uit tot een korter, dikker hoofd dat een beetje gebogen was van voor naar achteren (de “hot dog” putter). Na deze investering in het clubhoofd, kwamen er al snel veel verschillende vormen die nu makkelijker gemaakt konden worden en ook goedkoper dan het smeden. Zo kwamen er de eerste verbeteringen in het ontwerp.

Het merendeel van de massa van achter het clubhoofd was zo laag mogelijk geplaatst. Zo ontstond er een L-vormig profiel van de zijkant met een dun, plat clubblad en een ander dik blok langs de onderkant van de club achter het clubblad. Het plaatsen van massa, zo ver mogelijk van het zwaartepunt vergroot het traagheidsmoment van het clubhoofd. Daardoor draait de club minder van het centrum als het in contact komt met de bal en dus heeft de club zo een grotere “sweet spot”. Nieuwere innovaties hebben gezorgd voor vervanging van het metaal op de “sweet spot” met een zachtere samenstelling, namelijk polymeer. Dit zorgt voor een rebound-effect dat de kracht per milliseconde vergroot voor grotere afstanden.

Putters met een lange shaft

Hoewel de meeste putters een 81-89cm as (iets korter voor de meeste dames en junioren, meer voor de meeste mannen) hebben, zijn er ook putters met langere shaft, lengte en grip. Deze zijn bedoeld om de vrijheid in graden te verminderen als men speelt, omdat meer flexibiliteit zorgt voor inconsequente putts. Een normale putter heeft 6 graden “vrijheid”, handen, polsen, ellebogen, schouders, middel en knieën. Deze factoren kunnen bij en kleine beweging de baan van de bal beïnvloeden en voorkomen dat de bal in de hole rolt. Vaak spelen zenuwen hierin een grote rol, die heten “yips”. Een chronische vorm hiervan kan het spel van de speler bederven. Een belly putter is 15-20 cm langer dan een normale putter en is ontworpen om “verankerd” te zijn tegen de maag van de speler. Dit vermindert het belang van de handen, polsen, ellebogen en schouders. Een nadeel is dat je hierdoor minder gevoel en controle hebt over de kracht van het putten, zeker met een lange putter.

Oefenmateriaal voor het putten

Omdat putten zo’n belangrijk aspect is binnen de golfsport, is het belangrijk om dit goed te beheersen en dus de juiste techniek te oefenen. De meeste oefenmaterialen zijn imitaties van echte greens, zoals indoor . puttingmatten, laser “gidsen”, etc. Toch is er één hulpstuk dat zich onderscheid van de rest. Het is een scharnierend gewricht in de shaft van een normale putter, die vast blijft zitten totdat een bepaalde hoeveelheid kracht wordt toegepast. Dit hulpstuk wordt gebruikt om de speler een constante, putting beweging te creëren, zonder plotselinge kracht uitgevoerd door de armen of handen om een swing te maken. Men leert hier mee een relaxte swing en een constante putt uit te oefenen.

Een ander kenmerk van deze putter is het kromme clubblad, soms zelfs heel krom. Hoewel de meeste normale putters een heel vlak clubblad hebben en afhankelijk zijn van de andere aspecten van de club, dwingt het kromme clubblad de speler om in het centrum van het clubblad in contact te komen met de bal, om een rechte bal te spelen. Ieder ander schot zal scheef gaan.

Andere training clubs hebben een heel licht clubhoofd, die de speler dwingt tot stabiele houding van het bovenlichaam en dat vermindert bewegingen in de armen en polsen. Aan de andere kant, het vermindert ook zoals met zware clubhoofden gebeurd, een slinger beweging dat met het gewicht van de club wordt gecreëerd in plaats van met de spierkracht van de speler.

Al deze oefenputters kunnen ook als echte putters gebruikt worden, maar het hele idee van deze oefenputters is om het moeilijker te maken dan het met een normale putter is. Dat is omdat met de oefenputters alleen het gewenste resultaat bereikt kan worden met een perfecte techniek. Daarom worden deze putters meestal alleen gebruikt om te oefenen.