Chippen

22 februari 2018

Wanneer u op korte afstand van de hole bent beland, na de afslag of een fairway drive, bevindt u zich net buiten de green. U kunt nu kiezen om te pitchen of te chippen.

De chipslag is een technische golfslag voor korte afstanden, rond 25 meter vanaf de hole. U gebruikt voor het chippen een ijzer met meer loft, bijvoorbeeld een ijzer 8, om de bal hoger maar minder ver te laten gaan. Chippen bestaat uit een lage balvlucht en de verhouding tussen vlucht en doorrollen wordt bepaald door de golfclub waarmee u de slag uitvoert.

Er zijn twee slagen voor het chippen.

1. Bump en Run slag

Het uitvoeren van een bump en run slag zorgt ervoor dat de golfbal met een relatief lage vlucht van de golfclub springt, dan op de green stuitert en doorrolt over de green. Natuurlijk wilt u dan dat de bal gelijk de hole in gaat. Om deze golfslag uit te voeren, gebruikt u golfclubs met minder loft, bijvoorbeeld een ijzer 6 of 7, een kleinere hellingshoek van het blad van de club. U neemt een open stance aan en speelt vanaf uw achterste voet. Het clubblad moet wat dicht staan, zodat de golfclub ook speelt met minder loft dan normaal. Maak vervolgens een backswing die net genoeg kracht geeft. Sla dan met een neerwaartse beweging, waarbij u de golfbal en de grond op hetzelfde moment raakt. U rondt de slag af met de follow-through.

2. Flop slag

De flop slag is een schot met een matige polsactie die u gebruikt als u de bal kort en hoog wilt slaan. Dat kan bijvoorbeeld als er iets in de weg ligt, zoals zand of water. Bij de slag wordt de club steil weggenomen en gaat hij langzaam en steil naar de bal toe. U moet het clubblad open krijgen en de golfclub onder de bal krijgen, zodat deze omhoog springt.

Wanneer chippen?

Wanneer de golfbal op de green zelf ligt, is putten de beste optie. Wanneer de bal buiten de green ligt, dan kunt u kiezen voor het chippen. Wanneer het gras tussen de green en uw golfbal heel kort is en er geen hindernissen zoals kuilen of hobbels op de denkbeeldige speellijn liggen, kunt u nog kiezen voor putten.

Technische tips:

  • U begint met een licht open stance waarbij uw voeten relatief dicht bij elkaar staan.
  • U plaatst de golfbal voor uw achterste voet, op 1/3 van de linkervoet en 2/3 van de rechtervoet, met uw handen wat voor de bal.
  • Uw gewicht rust meer op uw linkerkant. U behoudt tijdens het chippen deze positie.
  • Het blad van de golfclub staat haaks op de doellijn.
  • U beweegt vanuit uw schouders en uw polsen staan strak.
  • De lengte van de backswing is even lang als de lengte van de follow-through.
  • De lengte van de backswing bepaalt de snelheid van het clubhoofd, die op zijn beurt de lengte van de bal bepaalt.
  • Gebruik ook een pitchslag.
  • Uw hoofd en benen bewegen niet.