De volledige golfslag (Full Swing)

22 februari 2018

Het is een grote en belangrijke uitdaging binnen golf om de Full swing te beheersen. Het leren van de perfecte golfslag is voor veel golfers een fanatieke bezigheid. Zij oefenen de slag dan ook constant op de golfbaan en op de driving range.

Full  swing

De Full Swing wordt gebruikt voor de Tee off en meestal ook op de fairway. In het algemeen zijn andere slagen met ijzers of wedges aangepaste vormen en kortere versies van de volledige golfslag. U gebruikt deze golfslag met een volle zwaai als de bal op zo’n afstand van de hole ligt dat u ook vol kunt zwaaien met één van de golfclubs. Voor de perfecte golfslag is ritme en balans vereist.

Het ritme kan snel of langzaam zijn, wat afhankelijk is van uw lichaam en uw natuurlijk ritme. Welk ritme u ook gebruikt, het moet vooral soepel verlopen. Wanneer u de golfswing te gehaast doet, brengt dat u uit balans. Een goede balans vereist een goede golf uitgangshouding, de stance. De hoek die uw lichaam heeft, bepaalt ook de hoek van de golfslag en daarmee de vlucht van de golfbal. Niet alleen de stance is nodig voor een goede balans. Ook de verdeling van uw gewicht is van invloed. Wanneer u uw gewicht niet goed verdeelt, kunt u uit balans raken. Het balcontact is dan niet meer consequent.

De Full Swing kent drie fasen: de backswing, de downswing en de follow-through. Als u bekend bent met de gedetailleerde fases van deze golfslag en met de basiskennis van elke fase, kunt u misslagen voorkomen. U slaat de bal dan nooit te hard of te kort of in de hindernissen. Voor het uitvoeren van de perfecte volledige golfslag is elke fase belangrijk. De backswing is bedoeld om kracht te geven aan de slag. De golfbal zal verder komen naarmate uw backswing beter is. In de downswing brengt u de golfclub naar de bal en maakt u contact. Wanneer u slecht richt, raakt u de bal verkeerd, dus meer aan de linkerkant of rechterkant dan het midden. De golfbal gaat dan niet de kant op die u had gewild en u krijgt een hook of een slice. De follow-through is de afronding van de golfslag. Deze stap goed uitvoeren is ontzettend belangrijk voor het goede contact met de golfbal.

Golfswing stap 1: backswing (achterzwaai)

Met de backswing brengt u de golfclub naar achteren van de bal af omhoog. Door de bal trekt u een denkbeeldige lijn. Met een goede backswing geeft u kracht aan de golfclub en bepaalt u hoe de golfslag zich verder ontwikkelt. Het is belangrijk dat u aan uw lichaamshouding blijft denken.

  • De eerste beweging die u maakt is de takeaway. U laat hierbij uw rechterpols ongeveer 25 centimeter naar achteren bewegen over de lijn langs uw tenen.
  • Daarna draait u uw handen met de klok mee. U brengt de golfclub parallel aan de lijn van uw tenen. In deze positie is de steel van de club evenwijdig met de grond, beweegt uw linkerknie richting uw rechterknie en zitten de golfclub en uw handen op heuphoogte.
  • Nu swingt u de club met uw armen en handen omhoog door de grip boven uw rechterschouder te bewegen. De grip is ook wel het handvat.
  • Laat uw pols op natuurlijke manier buigen. Hierdoor ontstaat er een haakse hoek tussen de steel van de club en uw linkeronderarm. De linkerarm blijft gestrekt en uw schouder draait wat meer.
  • Zodra de grip boven de hoogte van uw heup of borst is, wijst de onderkant van de golfclub richting de grond. Uw arm staat in lijn met de lijn van uw tenen.
  • U swingt dan uw handen omhoog over uw rechterschouder. Dit is de laatste stap van de backswing. Volg het proces van arm, schouder, heup en knieën. Uw schouders zijn gedraaid om zo uw hand en armen omhoog te kunnen helpen. De heup volgt uw schouders. Uw linkervoet draait vervolgens op de binnenkant. Uw linkerknie moet hierbij wat naar binnen toe bewegen. U mag uw linkerhiel licht omhoog laten komen. De achterkant van uw linkerhand en het blad van de golfclub moeten tijdens de backswing naar voren gericht zijn.

Na de backswing volgt de downswing.

Golfswing stap 2: Downswing

Na de backswing volgt de tweede fase van de Full Swing, de downswing. Hier laat u alle spanning los die u bij de backswing heeft opgebouwd. U ontrolt als het ware uw lichaam. U begint bij uw heupen, dan de schouders, de armen en tot slot uw handen. Tijdens dit proces richt u zich in de richting van de golfbal. U trekt daarna uw linkerarm richting de bal, waarbij uw pols vanzelf zal meedraaien beneden. Een andere benaming voor de downswing is forward swing.

Uitvoering van de downswing:

  • U draait uw linkervoet wat naar binnen, zodat uw gewicht van de linkervoet naar de rechtervoet wordt verplaatst.
  • U beweegt uw linkerheup richting het doel. U draait uw linkervoet terug naar de originele positie van de uitgangspositie het adresseren. Op die manier verplaatst u uw gewicht terug. Uw rechtervoet rolt nu wat naar binnen toe, waardoor uw rechterknie ook wat naar binnen komt en uw rechterschouder en de golfclub naar beneden worden getrokken.
  • Beweeg vervolgens uw knieën en heupen rustig naar links. Uw rechter bovenarm komt dan aan de rechterkant van uw lichaam naar beneden, uw linkerschouder komt nu omhoog.

Uw handen wijzen richting de lijn van de tenen. De hoek tussen de golfclub en uw onderarmen blijft gelijk. Uw hoofd blijft altijd boven uw rechterbeen.

  • Zodra uw rechter elleboog ter hoogte van uw rechterheup is, laat u uw linkerarm vallen tot voor de lijn van de tenen. Het uiteindelijk van het handvat van uw golfclub is naar voren toe gericht totdat uw linkerarm onder uw linkerschouder is. Op dat moment draait de club van horizontaal naar verticaal.
  • Uw heup draait vervolgens richting het doel. Uw rechterknie beweegt naar de linkerkant, daarna volgen uw schouders.
  • Draai uw heup opnieuw en verplaats uw gewicht naar links. Begin dan met de neergaande beweging van het hoofd van de golfclub. De downswing versnelt in een bocht naar beneden, terwijl uw hoofd boven uw rechterbeen blijft.
  • De hoek van uw linkeronderarm en de shaft van de club blijven onveranderd als uw golfclub en uw handen onderin richting de golfbal bewegen.
  • U raakt de bal niet omdat u zich hier goed op richtte, maar omdat deze in de lijn van uw golfclub ligt bij het uitvoeren van de downswing.

De laatste fase is de follow-through.

Golfswing stap 3: Follow-through (doorzwaai)

De follow-through is de laatste stap van de golfslag, bedoeld om de meeste kracht te ontwikkelen op precies het moment dat de kop van de golfclub de bal raakt. Het is de bedoeling dat de kracht nauwkeurig ontwikkeld wordt. Alleen dan kan het clubhoofd de juiste baan volgen en wordt de bal in de goede richting gelanceerd.

De laatste stap volgt direct op het raken van de golfbal met de golfclub. U rondt hiermee de golfswing af. Wanneer u dit verkeerd doet, verliest u snelheid van de golfclub en afstand. U kunt ook nog uzelf blesseren omdat u uw lichaam niet toelaat de beweging die u in de downswing begon ook af te maken. Bij het goed uitvoeren van de follow-through eindigen uw handen vlakbij uw hoofd en blijft het clubhoofd op de lijn van het doel.

  • Nadat u de bal met de golfclub heeft geraakt, zit uw rechterschouder iets lager dan uw linker. Uw rechterknie is licht gebogen richting het doel.
  • Tijdens de draai kan de hiel van uw rechtervoet wat omhoog komen.
  • De golfclub en uw rechterarm moeten in een rechte lijn zijn.
  • Tijdens de follow-through moet de V-positie van uw armen zo blijven. Als dat zo is, raakt de golfclub de bal met een maximale snelheid.
  • Uw handen zitten boven uw linkerschouder. De voorkant van uw broekriem wijst richting het doel.
  • Uw gewicht rust grotendeels op uw linkervoet. Met uw rechtervoet rust u met uw tenen op de grond, zodat u balans heeft.

Na de volledige golfslag (full swing) om de golfbal vanaf de afslag te raken richting de green zal u waarschijnlijk gaan pitchen.