De Amerikaanse Shetlander

24 februari 2018

De Amerikaanse Shetlander is een elegant ponyras dat, ondanks de naam, eigenlijk helemaal niet zo veel gelijkenissen met de Shetlander meer heeft. Het ras is ontstaan nadat te elegante Shetlanders van Groot-Brittannië naar Amerika werden geëxporteerd en wordt vooral gebruikt als showpony.

Geschiedenis

 

In de 19e eeuw werden veel Shetlanders vanuit Groot-Brittannië naar Amerika geëxporteerd. Dit waren vooral pony’s die volgens de Britten te elegant, luxe of groot waren. De Amerikanen, die een totaal andere smaak hadden en nog steeds hebben, vonden deze pony’s juist mooi. In 1888 werd er een club opgericht om de Shetlanders die werden geïmporteerd te registreren: the American Shetland Pony Club, of ASPC.

De Shetlanders in Amerika waren dus altijd al wat luxer dan de ‘gewone’, Britse Shetlander, maar rond 1950 begon dit verschil nog groter te worden. Rond die tijd werd de Shetlander namelijk duurder en duurder, en kon men niet al te veel pony’s van dit ras importeren. Daarom werden de Shetlanders in Amerika gekruist met Hackneys die niet tot het Hackneystamboek waren toegelaten, omdat ze te luxe waren. De dieren die hieruit voortkwamen werden opgenomen in het ASPC als ‘Harness Show Pony’. De Harness Show Pony’s werden gekruist met meer Hackneys en ook met Welsh pony’s. De pony’s die geboren werden, werden echter niet toegelaten tot het ASPC. Dit bleek maar goed ook, want tegen 1970 aan waren er zóveel pony’s dat de markt instortte. De pony’s die niet geregistreerd werden, werden niet meer gefokt, omdat het niet meer winstgevend was.
Omdat het nu geheel onduidelijk was geworden hoeveel Amerikaanse Shetlanders er nou precies waren, werden er in de jaren ’70 brieven gestuurd naar Shetlanderhouders. Zij moesten de papieren van hun pony’s laten zien, en alleen de echte, zuivere Shetlanders werden gerectificeerd. De andere pony’s werden Grade pony’s genoemd. Het gevolg hiervan was, dat het aantal geregistreerde pony’s enorm daalde. Veel mensen waren het niet eens met de genomen maatregelen, omdat het ras nu zijn type had verloren. Naar deze mensen werd geluisterd, want aan het einde van de jaren ’70 werd er een tweede register opgestart, register B, waarin kruisingen geregistreerd werden. De pony’s met minimaal 12.5 procent vreemd bloed, meestal van Hackneys, Welsh pony’s en/of Harness Show pony’s, kwamen terecht in het B-register.

Exterieur

Bij de Amerikaanse Shetlander komen alle kleuren voor, behalve appaloossa. De maximale stokmaat is 116.8 centimeter of 46 inch. De pony’s zijn over het algemeen een stuk eleganter en luxer dan de gewone Shetlander, en worden verdeeld in vier groepen:

  • Type Foundation, pony’s met een vrij zware bouw. Bovendien mogen ze tot op de 4e generatie geen B-registerpony als voorouder hebben.
  • Type Classic, klassieke, sjieke pony’s met edele hoofdjes. Het uiterlijk is belangrijker dan de gangen.
  • Type Modern, waarbij de gangen juist het allerbelangrijkst zijn. Aan de hoge knieactie kun je zien dat er Hackneybloed aanwezig is.
  • Type Modern Pleasure (zie afbeelding), een combinatie van Classic en Modern: pony’s met een klassiek uiterlijk én goed gangwerk.

Karakter en gebruik

Amerikaanse Shetlanders zijn erg vriendelijk, tolerant en nieuwsgierig. Ze zijn vaak geschikt als kinderpony, met name de pony’s van de types Foundation en Classic. De meeste dieren worden echter ingezet tijdens shows. Ook worden ze vaak voor een speciaal, sjiek karretje met twee wielen, cart genaamd, gespannen.