De martingaal

3 augustus 2010

De meestgebruikte hulpteugel is de martingaal. Er zijn twee verschillende soorten: de glijdende martingaal en de vaste martingaal.

Glijdende martingaal

De martingaal die zo veel gebruikt wordt is de glijdende martingaal. Meestal wordt ‘ie daarom ook wel gewoon martingaal genoemd, en nog een andere naam is losse martingaal. Vooral bij het springen is hij populair. Hij zorgt ervoor dat het paard zijn hoofd niet te ver omhoog kan gooien.

De riem is bevestigd aan de singel en loopt tussen de voorbenen door. Het splitst zich in twee smallere riemen met ringen waar de teugels doorheen lopen. Op het punt waar de riem zich splitst, is nog een andere riem, het collier, bevestigt die om de hals van het paard wordt gelegd om ervoor te zorgen dat de hulpteugel omhoog gehouden wordt. Eventueel kan een glijdende martingaal in ook aan een borsttuig bevestigt zijn. Een collier is dan niet nodig.

Op de gewone teugels moeten teugelvlinders, kleine dwarsstukjes, tussen het bit en de ringen van de martingaal zitten die ervoor zorgen dat de martingaal niet kan blijven haken aan de gespen van de teugels.

Vaste martingaal

De vaste martingaal wordt ook wel tie down of stootteugel genoemd en wordt niet zo veel gebruikt in Nederland. In Engeland zie je hem wel heel veel. Het enige verschil tussen deze martingaal en de glijdende martingaal is het uiteinde. In plaats van op te splitsen in twee smalle riemen eindigt de riem in een lus die aan de neusriem bevestigt wordt.