Het dameszadel

29 januari 2011

Het dameszadel of amazonezadel is een zadel waarbij je met twee benen aan één kant zit. Hierdoor was het vroeger ook voor dames mogelijk om paard te rijden, ze konden hun rok of jurk namelijk gewoon blijven dragen.
De manier waarop je zit heet de dameszit of amazonezit. Het zadel is groot en plat en heeft twee krukken.

Hoe zit een dameszadel in elkaar?

Een dameszadel is breed en plat en de boom heeft een andere vorm. De boom van een ‘normaal’ herenzadel is een stuk lichter. De twee zweetbladen van het zadel zijn niet symmetrisch, zoals bij een herenzadel, maar verschillen in grootte. Het zweetblad aan de rechterkant is klein, aangezien daar toch alleen de singelstoten zitten. Het linkerzweetblad is echter groot en breed, opdat beide benen hierop kunnen rusten.
Omdat het zadel dus niet gelijk verdeeld ligt over de paardenrug, zijn er twee singels nodig: een normale en een balanssingel, die ervoor zorgt dat het zadel op de goede plek blijft liggen. Er bestaan twee soorten:

  • de losse balanssingel, die van de linkervoorkant naar de rechterachterkant van het zadel loopt
  • de vaste balanssingel, die aan de rechterkant aan de normale singel wordt vastgemaakt en doorloopt naar de andere kant

Aan de linkerkant van het zadel hangt een stijgbeugel, die bevestigd is met een veiligheidssluiting. Naast deze stijgbeugel is er ook nog iets anders om het zitten makkelijker te maken: de vork, bestaande uit twee krukken. Deze krukken kun je gebruiken voor extra grip, zoals bij het springen.|
Verder is het belangrijk om te weten dat een dameszadel wat verder naar achteren ligt dan een herenzadel.

De dameszit

Het rijden op een dameszadel ziet er erg lastig uit. Toch is het, als je het eenmaal gewend bent, best makkelijk. Als je in de dameszit zit, zit je met allebei je benen aan de linkerkant. Je linkervoet gaat in de stijgbeugel en je rechterbeen leg je over de voorkant van het zadel, aan de rechterkant van de krukken. Het is de bedoeling dat je gewoon rechtop zit.

Geschiedenis

Het dameszadel werd voor het eerst gebruikt in de 14e eeuw. Eigenlijk was dit gewoon een zitvlak met een plankje voor de voeten. In de eeuwen die volgden, werd het zadel steeds veiliger en praktischer. Ook ging het er steeds mooier uitzien. Wel was het alleen mogelijk om met het paard te stappen, terwijl er iemand naast liep die het paard en de amazone begeleidde. Omdat dit natuurlijk niet erg handig was, bedacht Catherine de Medici een oplossing. Zij was een vrouw die veel paardreed. Voor extra grip bedacht ze een tweede kruk, waardoor vrouwen voortaan zelf konden rijden in alle gangen. In 1825 werd het zadel nog meer aangepast en sindsdien biedt het dameszadel ook genoeg steun bij het bokken.
Aan het begin van de 20e eeuw reden alleen nog dames van adel met een dameszadel. Nadat er in en na WOII heel veel zadels verloren waren gegaan, leek het erop dat het zadel zou verdwijnen uit onze maatschappij. Er waren maar een paar vrouwen die met een dameszadel bleven rijden. De broek was nu namelijk ook voor de vrouw ingeburgerd en dus was een herenzadel makkelijker. Bovendien was er helemaal geen geld meer voor de dure zadels én kostuums.