Draf

4 augustus 2010

De tweede gang van het paard is de draf. Het is geen viertaktbeweging zoals de stap, maar een tweetakt. Er worden dus twee benen tegelijk opgetild en weer neergezet. De diagonale benenparen, linksvoor + rechtsachter en rechtsvoor + linksachter, worden om de beurt opgetild en hier komt een zweefmoment tussen. Het is een zeer regelmatige gang omdat er dus maar twee bewegingen zijn.

Verschillende soorten draf

Net als bij de stap zijn er verschillende soorten draf:

  • Arbeidsdraf. Een gang tussen de verzamelde draf en de middendraf. Het wordt gezien als de ‘gewone’ draf. Het is belangrijk dat het paard een goed evenwicht toont en zich voortbeweegt met gelijke passen.
  • Verzamelde draf. Een draf met kortere passen en het geheel ziet er lichter uit. Vaak lijkt het alsof een paard constant bergopwaarts draaft. De hals is opgericht.
  • Middendraf. Een wat snellere draf, er is een gemiddelde verruiming te zien. De beweging moet wel in evenwicht blijven en ontspanning tonen.
  • Uitgestrekte draf. Met de kracht vanuit de achterhand worden de passen zo veel mogelijk verruimd en wordt er zo veel mogelijk terrein gedekt. Het paardenlichaam wordt verlengd.

Lichtrijden en doorzitten

Tijdens het draven kan de ruiter op twee verschillende manieren zitten: lichtrijden of doorzitten. Bij het lichtrijden komt de ruiter steeds even omhoog. Jonge kinderen leren het door staan-zit-staan-zit te denken. Lichtrijden is meestal comfortabeler dan doorzitten omdat er minder kracht voor nodig is.
Natuurlijk kan de ruiter of amazone ook gewoon blijven zitten in het zadel. Dit noemen we doorzitten. Tijdens dressuur wordt dit vrijwel altijd gedaan omdat het er netter uitziet. Als er zonder zadel of stijgbeugels gereden wordt is doorzitten minder zwaar dan lichtrijden.