Menwedstrijden

4 augustus 2010

Er bestaan drie verschillende soorten menwedstrijden:

  1. dressuurproef
  2. vaardigheidsproef
  3. marathon

De dressuurproef bij het mennen is bedoeld om te laten zien dat het paard ontspannen en zonder tegenzin doet wat de menner vraagt.

Dressuurproef

Er worden voorgeschreven oefeningen uitgevoerd, die zo vloeiend mogelijk gereden moeten worden. De overgangen tussen de gangen zijn belangrijk en verder worden er allerlei figuren gereden, zoals een volte. Er wordt gebruik gemaakt van een bak van 30 bij 60 meter of groter. Net als bij het gewone dressuur zijn er letters te zien waar je met de oefening kunt beginnen.

Eén of meerdere juryleden jureren de oefeningen en geven de cijfers 1 tot 10. Ook kunnen er winst- of verliespunten behaald worden. De winnaar is de menner met de meeste punten. Deze wedstrijden worden in verschillende klassen gereden:

  • B = Beginner
  • L = Licht
  • M = Middel
  • Z = Zwaar
  • ZZ = Zeer Zwaar

Bij veel winstpunten kan er naar de volgende klasse gepromoveerd worden, maar bij het mennen kun je ook degraderen. Bij te veel verliespunten moet je weer een klasse omlaag.

Vaardigheidsproef

Deze proef gaat om de gehoorzaamheid van het paard en het kunnen sturen van de menner. Het parcours moet in een bepaalde tijd worden gereden. Er worden poorten uitgezet met kegels waar de paarden in een bepaalde volgorde doorheen moeten rijden. Op de kegels worden kegels gelegd. Als deze eraf worden gestoten krijgt de menner strafpunten.
De winnaar is degene met het minst aantal strafpunten. Net als bij de dressuurproef kun je zowel promoveren als degraderen naar verschillende klassen. Er zijn maar drie klassen bij de vaardigheid, namelijk L, M en Z.

Marathon

Er bestaan ook samengestelde menwedstrijden. Deze worden marathons genoemd en bestaan uit 3 verschillende onderdelen:

  • Dressuur. De proef is vergelijkbaar met een gewone men-dressuurproef. De puntentelling is echter anders. Drie juryleden geven elk onderdeel een cijfer van 1 tot 10. Het totaal aantal punten dat hiermee wordt behaald wordt afgetrokken van het maximaal haalbare aantal punten. Wat er dan overblijft zijn strafpunten.
  • Marathon. De marathon is verdeeld in 3 of 5 trajecten over het terrein en over de weg. Ze moeten in bepaalde tijden worden gereden. In het laatste traject staan 6 hindernissen, die zo snel mogelijk genomen moeten worden. Denk hierbij aan sloten, bomen en heuvels. Hierbij zijn de snelheid en wendbaarheid van het paard en het goed sturen van de menner belangrijk.
    Bij dit onderdeel heeft ook de groom een belangrijke taak: door zich te verplaatsen houdt hij de wagen in evenwicht.
    Er worden strafpunten gegeven voor tijdsoverschrijding en voor elke seconde dat het span met een hindernis bezig is. Na deze proef wordt er door een dierenarts gecontroleerd of de conditie van de paarden nog in orde is.
  • Vaardigheid. De vaardigheidsproef in een marathon houdt hetzelfde in als een gewone vaardigheidsproef.

Wie aan het einde de minste strafpunten heeft, wint. Er zijn vier genummerde klassen. Menners die in de 4e klasse, de hoogste in Nederland, rijden, mogen internationale wedstrijden rijden.