Springen

27 mei 2011

Een heel populaire discipline van de paardensport is natuurlijk het springen. De ruiter en het paard springen samen over hindernissen. Een springparcours bestaat uit verschillende hindernissen die in een bepaalde volgorde staan. De volgorde en afwisseling verschilt altijd waardoor elk parcours weer een nieuwe uitdaging is.

De sprong

De sprong bestaat uit de afzet, het zweefmoment en de landing. Tijdens het zweefmoment hangt het paard boven de hindernis en de bedoeling is dat het dan basculeert. Als een paard zijn lichaam (hoofd, hals en rug) rond maakt door het hoofd naar beneden te brengen noemen we dit basculeren.

Springpaarden

Of een paard goed kan springen hangt van vier dingen af:

  1. Techniek, de manier waarop het paard springt is belangrijk, door te basculeren en de benen goed te vouwen hoeft er niet al te hoog gesprongen te worden om een hindernis te springen.
  2. Het gemak waarmee het paard springt, het ‘vermogen’. Hoe makkelijker hogere sprongen een paard afgaan, hoe meer het dier geschikt is als springpaard.
  3. Het dier moet ook voorzichtig zijn, je zit namelijk niet te wachten op een paard dat elke balk van de hindernis afgooit.
  4. Heel belangrijk is het karakter, als een paard geen zin heeft om mee te werken kun je er beter niet aan beginnen.