Fouten

Omdat tafeltennis veel regels heeft, kan er ook veel fout gaan. Vaak krijgt je tegenstander na een fout van jouw kant een punt. Als de bal uit wordt gespeeld, is het meteen een fout. Maar ook als de bal je T-shirt of lichaam raakt, voordat je de bal terugspeelt, wordt het fout gerekend. In tegenstelling tot die regel, wordt het volgende wel goedgekeurd. Stel je hebt het bat in je rechterhand, en per ongeluk speel je de bal met je hand i.p.v. met het bat terug, dan wordt er gewoon doorgespeeld en is het geen fout. Het is wel fout als je hand de tafel raakt…. Lees Meer

Service

Het spel begint bij een service. Een andere naam voor service is opslag of beginslag. Zodra de bal in de hand van de serveerder stil en zichtbaar ligt, is slag begonnen. Dan gooit hij de bal tenminste 16cm recht omhoog, zonder een effect aan de bal te geven. Als de bal weer naar beneden valt, mag je de bal slaan met het bat.  De bal moet eerst op het eigen speelveld komen, en dan over het net naar het speelveld van de tegenstander. Hij mag maar één keer op het eigen speelveld stuiteren. Bij 2 keer of meer krijgt de tegenstander een punt en is de service fout…. Lees Meer

Dubbelspel

Het spel kan niet alleen 1 tegen 1 worden gespeeld, maar ook 2 tegen 2. Net als bij het ‘gewone’ tennis. Dit heet dubbelen. Het werkt bijna hetzelfde als 1 tegen 1, behalve dat per team de bal om de beurt moet worden gespeeld. Als er een speler de bal 2 keer achter elkaar speelt, is het een fout, en krijgt de tegenstander een punt. Dus nadat er een eerste serveerder en eerste ontvanger is, is er een vaste volgorde. 2X ontvangen, 2X serveren, dan is de medespeler. De serveerder speelt de bal vanaf de rechterkant van zijn speelveld, diagonaal naar de overkant van het net…. Lees Meer

De regels van het spel

Tafeltennis heeft in de loop der jaren de volgende spelregels gekregen. Zo moet er worden gespeeld met door ITTF-goedgekeurde batjes, ballen en tafels. Ook zijn er speciale regels voor de kleding. De kleding moet een duidelijk verschillende kleur hebben dan de bal. Ook mogen er alleen sieraden of merktekens worden gedragen als dat de tegenstander niet hindert in zijn spel.

De hoofdscheidsrechter beslist niet alleen wanneer een team een punt haalt, maar ook o.a. of een trainingspak mag worden gedragen, of de spelers tijdens de wedstrijd de ruimte mogen verlaten. De spelers vallen in de tijd dat ze in de speelruimte zijn, onder zijn rechtsbevoegdheid.

De speelruimte zelf moet minimaal 14m lang, 7m breed en 5m hoog zijn.

De spelers hebben max. 1 minuut pauze tussen games door en een team of speler wint de wedstrijd met 11 punten, mits de tegenstander min. 2 punten minder heeft.