Dubbelspel

10 januari 2018

Het spel kan niet alleen 1 tegen 1 worden gespeeld, maar ook 2 tegen 2. Net als bij het ‘gewone’ tennis. Dit heet dubbelen. Het werkt bijna hetzelfde als 1 tegen 1, behalve dat per team de bal om de beurt moet worden gespeeld. Als er een speler de bal 2 keer achter elkaar speelt, is het een fout, en krijgt de tegenstander een punt. Dus nadat er een eerste serveerder en eerste ontvanger is, is er een vaste volgorde. 2X ontvangen, 2X serveren, dan is de medespeler. De serveerder speelt de bal vanaf de rechterkant van zijn speelveld, diagonaal naar de overkant van het net.

Als een bal precies op de witte lijn wordt gespeeld, die door het speelveld loopt, is dit een goede bal. De ballen die na de service komen, mogen over het hele speelveld van de tegenstander worden gespeeld. Als je eerst de bal naar de kant van tegenstander 1 speelde, speel je de volgende game naar tegenstander 2. Als een team 5 punten heeft gehaald, wisselen de teams van kant. De ontvanger wisselt nu van taak met zijn teamgenoot. Als de stand 10-10 is, wordt er om de beurt geserveerd. Dus nadat er een punt wordt behaald, moet de speler wisselen van plaats met zijn teamgenoot.

Landenwedstrijden

Sinds de Olympische Spelen van Peking in 2008, is het dubbelspel tafeltennis vervangen door de landenwedstrijd. Bij een landenwedstrijd zijn er 3 spelers per team. Na 2 enkelwedstrijden, wordt er een wedstrijd gedubbeld. En daarna worden er nog 2 enkelwedstrijden gespeeld.

Op de foto zie je een wedstrijd gespeeld tijdens de Olympische Spelen in 2008. Dit was de eerste keer dat dubbelen geen aparte categorie meer was, maar er tijdens de landenwedstrijd werd gedubbeld. Het Nederlandse team heeft hier gewonnen met 3-0 van het Nigeriaanse team. Zij hebben hier maar 3 games hoeven spelen.